De 5 slaapvalkuilen

Niet slapende baby of dwarse dreumes? GROTE kans dat je in een van de vijf slaapvalkuilen bent gestapt. 

Dromenland: het is best een fijne plek om te vertoeven. Alleen denkt je kleintje er soms anders over. Zelfs als hij ontzettend moe is. En dat is best frustrerend als je net uren aan het wiegen bent, zelf wel toe bent aan een powernap of een drukke dag achter de kiezen hebt. Het is nog vermoeiender als je kleintje ook ’s nachts gaat spoken. Of je nu te maken hebt met een kleine uk die wakker wordt zodra zijn hoofdje het matras raakt of met een dwarse dreumes die zijn ‘bedtimebattles’ zorgvuldig kiest, niet willen slapen is vaak het gevolg van een paar ‘slaap-valkuilen’.

Valkuil 1: Te laat naar bed brengen

Valkuil 2: Te veel in slaap helpen

Valkuil 3: Overstimulatie: stuiteren!

Valkuil 4: Het bedritueel overslaan

Valkuil 5: Niet consequent zijn

Valkuil 1: Te laat naar bed brengen

Het gebeurt sneller dan je denkt, zeker als je nog een kleine baby hebt: je kleintje te laat op bed leggen. Waarom? Omdat baby’s maar een beperkte wakkertijd tussen de slaapjes hebben. Ga je daar overheen, mis je al heel snel de slaaptrein. Doe je dat een paar keer, dan gaat het slapen steeds moeizamer en heeft het ook effect op de nachtrust. Kleintjes kunnen maximaal 60-90 minuten wakker zijn tussen de slaapjes, vanaf ongeveer acht maanden wordt dat een beetje meer: 2, 3 en 4 uren tussen de slaapjes. Een dreumes houdt vijf uren vol en een peuter skipt zijn dagslaapje en heeft dan wel een eerdere bedtijd nodig. Voor klein én groter van belang, die vroege bedtijd. Ook al is na een dag rennen of weg zijn de verleiding groot om je kleintje wat langer wakker te houden. Omdat je nog moet eten, omdat jij of je partner hem niet veel hebt gezien vandaag of omdat je denkt dat je kleintje zo lekker moe naar bed gaat. Het tegendeel is waar: het is niet zo’n goed idee om je kind lang op te houden. Oververmoeidheid zorgt er juist voor dat het moeilijker is om in slaap te vallen, de slaap onrustiger is en er dus meer momenten zijn om wakker te worden. Lekker op tijd naar bed is het devies. Slaapsignalen en wakkertijden zijn dan belangrijker dan kloktijden bij baby’s en dreumesen. Oudere ukjes hebben wel een vastere bedtijd. Maar gebruik ook dan gewoon je gezonde verstand: moe is moe.

Valkuil 2: In slaap helpen

Niets zo knuffelig als een rozige baby in je armen of naast je in bed. Niets zo schattig als een slapend kleintje in zijn autostoeltje of in de draagzak of -doek. Warm en geborgen, wegdommelend op de kadans van je hart en bewegingen. Dat is een keertje prima, zeker als je kleintje bijvoorbeeld wat ziek of zielig is. Maar als je steeds je baby hobbelend, hupsend, rijdend, voedend of bij je in slaap helpt, dan went hij daaraan. Jij en wat je doet worden dan het slaapmiddel. Bij één slaapje niet zo’n ramp, maar de hele dag en nacht zo bezig zijn is wat problematischer. Zo ook als jij er niet bent.

Leer je kleintje zelf in slaap te vallen in eigen bed, zo kan hij dit ook doen als hij na een slaapronde wakker wordt en heb je het recept in handen om je baby beter en langer te laten (door)slapen. Betere succeskans als je valkuil 1 vermijdt (dus goed op je timing let).

Valkuil 3: Overstimulatie

Een baby is al snel een stuiterbal. Al die prikkels komen binnen en zetten je kleintje in alertheid. Ga je over die wakkertijd heen, dan gebeurt dit ook dankzij het spel der hormonen. Adrenaline en cortisol zijn dan druk in de weer, het slaaphormoon melatonine krijgt geen kans. Voor je peuter of kleuter is het overdag speeltijd, ’s nachts is het slaaptijd. Maak dat verschil duidelijk door zeker een uur voor bedtijd het rustig aan te doen. Schermpjes, drukke spelletjes: maken en houden hem alleen maar wakker. Maak de slaapkamer donker, doe een klein nachtlampje aan, volg je bedtijdritueel en het slaapzand wordt vanzelf gestrooid.

Valkuil 4: Het bedritueel overslaan

Een pasgeboren baby heeft nog geen bedtijdritueel nodig, maar wel een regelmaat dat bestaat uit een vaste volgorde van de dingen die je doet gedurende de hele dag. Een bedritueel is ook een vaste regelmaat, maar dan rondom het slapen gaan. Een badje, massage, slaapzakje aan, knuffelen, muziekje: de dingen die je steeds doet voordat je kleintje gaat slapen. Het zijn slaapcues. Je kleintje weet -door ervaring – wat er gaat komen en wat er van hem wordt verwacht.  Zo wordt  hij niet overrompeld en is hij voorbereid om te gaan slapen. Hij kan loslaten omdat hij al van drukte naar rust is ‘geholpen’. Heb je geen bedtijdritueel of ga je er te gehaast doorheen? Dan mist je kleintje de cues of de belangrijke rust en dan ben je langer bezig met het naar bed brengen. Oververmoeidheid komt dan weer om de hoek kijken en slapen wordt een ‘battle’.

Valkuil 5: Niet consequent zijn

Als slaapcues en routine zo belangrijk zijn, dan wordt het onduidelijk voor je kleintje als hij eerst naar bed wordt gebracht en daarna weer naar beneden mag. Zelfs als hij steeds huilt en zich verzet tegen het slapen gaan. Oudere ukjes hebben dondersgoed in de smiezen hoe dit spel van actie-reactie werkt en maken er gebruik van om grenzen te testen. Kleinere ukjes doen dit niet met opzet, maar zoeken erg naar duidelijkheid. Blijf bij je baby om te troosten, maar leg je kleintje wel steeds weer neer en ga niet naar beneden als het slaaptijd is. Roept je peuter je nadat je hem in bed hebt gestopt? Ga naar hem toe, maar blijf consequent. Bedtijd is bedtijd. En stel grenzen. Is je baby onrustig? Blijf dan boven om te troosten (’s avonds).

Lekker slapen? Het valt of staat met je kleintje wakker in eigen bed leggen, op het juiste moment en met eigen slaapassociaties. En ja, dat kan ook zonder traantjes!

Slaap lekker!

(www.stephanielampe.nl)

Advertenties

Tags:, , , , , , , , ,

Categorieën: Algemeen, Slapen

%d bloggers liken dit: